Waarom 7600 klussen en 300.000 mensen nooit genoeg zal zijn

Zo’n 300.000 mensen deden in het kader van NL doet op 20 en 21 maart hun best om 7600 vrijwilligersklussen te klaren. Het Oranje fonds wil hiermee aandacht vragen voor en mensen laten kennismaken met vrijwilligerswerk. Maar het is niet genoeg. Dit is waarom.

Wij denken dat alles maakbaar is

En dat is dus niet zo. Dingen die in eerste instantie maakbaar lijken, zijn vaak niet blijvend. Groepsgevoel is maakbaar, maar het is bijna altijd tijdelijk. We zien dit dagelijks terug op sociale media en de bijbehorende hashtags. #NLdoet is bijvoorbeeld twee dagen ‘trending topic’ geweest op Twitter. Dat werkt omdat we van nature mee willen doen en onderdeel willen zijn van wat er op dat moment ook maar speelt. Het eeuwenoude en welbekende verlangen om ergens bij te horen. We kijken heel even met z’n allen naar dezelfde stip aan de horizon. We kijken naar en doen mee met het ideaalbeeld van een maatschappij waarin het belangeloos verder helpen van anderen de normaalste zaak van de wereld is. Maar dan is de dag voorbij, wordt er een nieuwe krant gedrukt en zijn de tijdlijnen volgelopen met andere gesprekken. Een nieuw groepsgevoel met, voor de liefhebbers, een nieuwe hashtag.

Een duurzame ontwikkeling door kleine stappen

Dat wil niet zeggen dat het geen zin heeft om tijdelijk met z’n allen naar dezelfde stip aan de horizon te kijken. Juist wel. Het ‘samen en met elkaar’  is het hoofdingrediënt van alle veranderprocessen en gevoel wat men aan een dag vrijwilligerswerk doen overhoudt, kan al genoeg zijn om iemand te overtuigen om zich ook de rest van het jaar in te zetten. Toch is dat niet genoeg. Het is geen laf stipje waar we het over hebben. Het is belangrijk. Het is een ideaal en het hapklaar presenteren van dat ideaal zorgt niet voor een blijvende verandering. Ook niet voor blijvende betrokkenheid, want hoeveel van die 300.000 mensen blijven nu eigenlijk wekelijks of maandelijks vrijwilligersklussen doen? Een blijvende en duurzame oplossing of ontwikkeling begint onderaan en wordt gerealiseerd door kleine stappen te zetten. Het begint bij mensen die erdoor gegrepen zijn en anderen inspireren mee te doen.

Prinses Beatrix die ramen lapt, inspireert niet

Ze geeft het goede voorbeeld. Zo is het ook bedoeld, maar inspireren en het goede voorbeeld geven zijn wel twee verschillende dingen. Laten we eerlijk zijn, Bea gaat volgende week niet nog een keer met een sopemmertje richting Barneveld. NL doet houdt ons een spiegel voor van hoe het zou kunnen zijn, maar laten we niet vergeten dat het tegelijkertijd bewijst dat we dus nog niet zover zijn. Dat maakt het optreden van Prinses Beatrix (of welke andere bekende Nederlander dan ook) niet minder nuttig, maar het draagt ook niet bij aan de duurzame oplossing waar we uiteindelijk naar opzoek zijn en waar de sociale werkers van Leef (www.leefmd.nl) en vele andere organisaties zich iedere dag hard voor maken.

Meer kunnen doen en meer kunnen zijn

Gelukkig zien we al vele mooie praktijkvoorbeelden. Het begint bij kleine lokale initiatieven, van gewone mensen met de juiste motieven. Het begint bij de wil om ook na 21 maart een verschil te maken. Het begint ook bij de buurvrouw die iedere week op haar fiets stapt richting het lokale verzorgingshuis om daar te koken voor ouderen. Het begint bij mensen die ontdekken dat ze meer kunnen doen en meer kunnen zijn dan dat ze aanvankelijk dachten. Dat inspireert en dat biedt de mogelijkheid om draagvlak te creëren voor die grote onbereikbare stip aan de horizon!

Deel dit bericht via: