26 May 2022

Dansen in de storm

Nu ik weer gedeeltelijk terugkeer op het spreekwoordelijke toneel is het tijd dat ik iets meer vertel over de lange stilte aan mijn kant. En om maar gelijk met de deur in huis te vallen: deze held was geveld. In het najaar van 2020 kreeg ik een lelijke kaakontsteking die maar niet wilde genezen. De wortel werd getrokken en drie antibioticakuren verder verdween langzamerhand de pijn. Er gebeurde echter nog iets: ik kreeg ernstige duizelingen tijdens dat antibioticagebruik en op een zeker moment ben ik flauwgevallen. Op de grond kwam ik weer bij. Misselijk, met een keiharde ruis in mijn hoofd en een snee in mijn gezicht. In de weken daarna volgden verschillende momenten waarop ik ‘niet goed werd in mijn hoofd’. Mijn waarneming was niet in orde en ik ‘zat tegen het flauwvallen aan’. Eerste Kerstdag bij mijn schoonouders ging figuurlijk het licht uit en dit was het begin van een flinke storm in mijn leven.

Geen prikkels

Ik kon geen gesprek meer voeren, geen mensen meer aankijken. Geluid, licht, bewegingen: niets kon ik meer verdragen. Ik werd overal misselijk van en dreigde voortdurend flauw te vallen. Vervolgens werd ik doodmoe en kon ik letterlijk amper douchen. Om de vaart een beetje in het verhaal te houden: ik heb twee maanden bij een heel goede vriend in huis gezeten, waar het stil en rustig was. Vervolgens ben ik enkele maanden bij mijn vriend in huis geweest en sinds september vorig jaar ben ik weer thuis in Maarssen. Het is een lange weg van vallen en weer opstaan. Omdat ik geen prikkels kon verdragen, ben ik heel veel alleen geweest. Dat was geen keuze uit vrije wil, maar pure noodzaak om ‘te herstellen’. Gelukkig speelde dit alles in de coronatijd. Iedereen was thuis, in lockdown of beperkt door een avondklok. Ik miste bijna niets: geen uitjes, niet naar de film, niet uit eten, geen verjaardagen, geen feestjes. Alles lag stil en dit bracht rust en stilte in de straat, in mijn huis. Precies wat ik nodig had. Was het makkelijk? Nee! Want ik miste mijn familie, mijn vrienden, het samenzijn met dierbaren in klein comité wat ondanks corona wel doorging, maar waar ik geen deel aan nam. Ook mijn werk miste ik heel erg. Op de achtergrond ben ik steeds aanwezig geweest. De term ‘bankdirecteur’ kreeg een nieuwe betekenis: vanaf de bank deed ik de financiën van Leef. In de stilte kon ik verschillende dingen blijven doen. Lezen ging goed en me verdiepen in (maatschappelijke) vraagstukken vond ik nog steeds leuk. Mijn lust voor het leven en voor Leef is gelukkig nooit weggeweest.

Heilzame stilte

Het is dus ook niet alleen maar kommer en kwel. Ik heb voor het eerst in mijn leven zeeën van tijd. Tijd om te studeren en te lezen. Iedere dag zit ik met mijn neus in de boeken en vanaf de zomer 2021 volg ik online Bijbelstudies. Iedere dag fiets ik, vaak twee keer per dag. Ik geniet enorm van de natuur, hoe alles uitloopt en hoe fris het groen in de lente is. Op een enthousiast moment experimenteer ik soms wat in de keuken. Hoewel mijn achternaam anders doet vermoeden, ben ik niet zo’n kok, maar toch vind ik het leuk om iets te proberen. Zo’n bui duurt overigens nooit lang. Ik vind werk en studie namelijk het allerleukste en daar gaat dan ook – juist op goede dagen – mijn voorkeur naar uit.

Verder heb ik ervaren hoe heilzaam en fijn de stilte is. Als vindplaats, als bron, de plek van hoop en mijn bestemming. Want in die stilte ontmoet ik Hem. Ik noem het de stille, heilige ruimte, waar ik me kan laven, waar ik bijkom, waar ik genees, waar ik geliefd ben en waar het heerlijk is om te zijn. Het is een rust en een vrede die de wereld niet kent zoals beschreven in de Bijbel en die dus ook niet te vinden is op aarde. In die stilte hoor ik vaak Zijn stem, weet ik wat ik moet doen, wat ik moet laten en dat het allemaal goedkomt. Het is al goed.

Wat ik moeilijk vind, is dat niets meer vanzelfsprekend is en dat ik iedere dag keuzes moet maken in wat ik wel of niet zal doen. Het verwerken van prikkels gaat steeds beter, maar is nog niet op orde. Hoe langer ik in de stilte ben, hoe beter ik me voel. Andersom werkt het ook zo: hoe meer ik verblijf in een omgeving waar veel mensen zijn (samen met veel geluid, bewegingen, licht) en hoe meer zintuigen ik tegelijk moet gebruiken, hoe heftiger het voor me is. Alsof er een soort file ontstaat in mijn hoofd, de prikkel kan geen kant op. Als ik mij daar te lang in bevind, word ik moe, duizelig en misselijk. Boodschappen doen in de supermarkt is overigens nu geen probleem meer, maar vorig jaar was dit echt een klus. Een paar uur in de stad zijn, een verjaardagsfeestje of een afspraak met meerdere mensen kan inmiddels weer, maar niet meerdere keren per week. Als er afspraken aankomen, dan moet ik de rest van de week zoveel mogelijk in stilte doorbrengen. Waar ik ook moeite mee heb: de oorzaak is niet helemaal duidelijk. De beste stuurlui staan vaak aan wal en ik heb al menig advies gehad van vele ‘deskundigen’ om mij heen. Dat is heel goed bedoeld, maar zeker niet altijd helpend. Is het een burn-out? De burn-outspecialist zegt dat het lichamelijk wel overeenkomsten vertoont, maar mentaal en emotioneel weer niet. Ik ben namelijk best gelukkig en ervaar totaal geen somberheid. Is het makkelijk? Nee, dat ook zeker niet. Is het letsel naar aanleiding van de antibiotica? Van de val? Is het een combi van oververmoeidheid en de val?

Onwankelbaar vertrouwen

Voor mijn omgeving is de situatie ook lastig. In de eerste plaats voor mijn geliefde, die nu anderhalf jaar lang te maken heeft met een zeer beperkte partner. Het vraagt extra inspanning om te kijken ‘wat nog wel kan’ als alle vanzelfsprekendheden wegvallen. En dat doen we goed. Met hem kan ik dansen in de storm: omdat we van niets iets weten te maken, omdat hij mij laat wanneer het moet en mij steunt wanneer ik het nodig heb. Nabije vrienden en familie zien mij nu op afstand. Ik kan geen autorijden en ben de grote afwezige. Ook voor hen is het lastig. Is de storm nu voorbij? Nee. Naast de ‘file in mijn hoofd’ heb ik ook ‘werkzaamheden in mijn buik’ en daar lopen de nodige onderzoeken voor. Gaan die alle vragen beantwoorden over wat we me overkomen is? Nee. Komen die ooit? Dat weet ik ook niet. Eerlijk gezegd heb ik niet zoveel vragen. We krijgen niet altijd antwoord op de vragen in het leven en het helpt mij helemaal niet om daarop te focussen. Ik richt me op Hem, die mij rust en blijdschap geeft en binnen mijn mogelijkheden leef ik zoveel mogelijk het leven. Want ik weet dat dit voorbijgaat. Deze fase in mijn leven gebruik ik om zoveel mogelijk te leren op allerlei gebieden, om af te rekenen en een onwankelbaar vertrouwen te hebben in Hem die alles nieuw maakt. Ook voor mij.

Deel dit bericht via: